Oleander

Kunst. Verlangen. Vriendschap. Vergif.

Vier vrouwen. Eén villa in Portugal. Een zomer die alles zal veranderen.

Wanneer Anna samen met haar vriendinnen afreist naar een afgelegen villa tussen de oleanders, lijkt het de perfecte plek om opnieuw te beginnen. Maar onder de schoonheid schuilt iets gevaarlijks. Oude verlangens keren terug, herinneringen beginnen te verschuiven en niet iedereen verteld de waarheid.

Sommige dingen bloeien pas vlak voordat ze breken.

Lees hieronder een fragment uit het eerste hoofdstuk uit Oleander.

DE GEUR VAN OLEANDER

 

De oleander bloeide alsof hij niets van ons wist.

Grote, roze bloemen, te vol bijna, alsof ze op het punt stonden open te barsten. Ze hingen zwaar aan de takken die de lange oprijlaan omarmden, een welkom dat te mooi was om geruststellend te zijn. De lucht trilde in de hitte. Zelfs de stilte had hier gewicht.

Ik liet mijn hand langs het portier van de auto naar buiten glijden en voelde hoe de warmte zich aan mijn huid vastzette. Alles rook zoet. Niet fris, niet licht, maar bedwelmend. Alsof de geur zich ergens vastklampte waar je hem niet meer weg kreeg.

Ik wist niet waarom, maar ik dacht: dit is geen plek waar dingen onschuldig blijven.

Verscholen tussen olijfbomen en stoffige struiken lag de villa als een witgekalkte illusie onder de Portugese zon. Het terracotta dak gloeide. De luiken waren azuurblauw, bijna onnatuurlijk fel tegen het licht.

Alles klopte. Té goed. Alsof het niet voor ons bedoeld was.

 

De auto kwam langzaam tot stilstand. Even bleven we alle vier bewegingsloos zitten.

Toen opende Noor haar deur. Ze deed het zonder haast. Alsof ze hier al eerder was geweest. Alsof ze wist wat ons te wachten stond en daar geen woorden voor nodig had.

Haar jurk bewoog licht om haar lichaam, een kleur tussen crème en zand. Haar blonde haar viel los over haar schouders, precies rommelig genoeg om niet gemaakt te lijken.

Ze keek niet naar ons. Ze keek naar de villa. Alsof ze iets herkende.

Ik stapte ook uit, maar trager. Het grind kraakte scherp onder de zolen van mijn sneakers Het geluid sneed door de stilte heen. Een vreemd gevoel trok door mijn borst. Alsof mijn lichaam iets registreerde wat mijn hoofd nog niet begreep. Alsof er al iets mis was.

Sophie en Vicky stapten vrijwel tegelijk uit de auto. 

Sophie zuchtte opgelucht. Haar gezicht open en warm. Een krul viel voor haar ogen terwijl ze lachte. Ze had dit geregeld. Natuurlijk had ze dat. Ze was altijd degene geweest die dingen bij elkaar hield, ook wanneer ze al uit elkaar vielen.

Vicky zette haar zonnebril iets rechter. Haar blik gleed over de omgeving, aftastend, berekenend. Alsof ze probeerde te bepalen waar de zwakke plekken zaten.

‘Wauw,’ zei Sophie. ‘Dit is absoluut wauw.’ Haar stem klonk iets te hard in de stilte.

Niemand reageerde. Noor liep al.

Ze ging ons voor zonder iets te zeggen. Niet dwingend. Niet vragend. Gewoon…vanzelfsprekend.

Ik volgde haar. Niet bewust. Niet als keuze. Maar omdat zij voor me liep.

Haar schaduw viel over het pad, lang en scherp in de zon. Op een bepaald moment viel die samen met de mijne. Even liepen we gelijk. Toen stapte ze iets sneller en brak het weer uit elkaar.

Ze draaide zich om. Haar glimlach was klein. Niet warm. Niet koud. Moeilijk te plaatsen Alsof ze iets wist wat ik nog niet wist en niet zeker was of ze het moest delen.

Niet naar mij, besefte ik. Naar het idee dat ik haar volgde. 

‘Mooi, hè?’ zei ze.

Ik haalde mijn schouders op. ‘Het is vooral veel.’

‘Veel?’ herhaalde ze, licht.

Ik knikte naar de struiken langs het pad. ‘Dit vooral.’

Ze keek ernaar, kort. Alsof ze ze nu pas zag. Toen stapte ze dichterbij en strekte haar hand uit. Ze raakte voorzichtig een bloem aan. Heel even maar. Met haar vingertoppen. Testend. Te bewust.

‘Je weet dat hij giftig is?’ zei ze. Haar stem was rustig. Bijna terloops.

Ik wist het. Tenminste…ik dacht dat ik het wist. Iets wat ik ooit had gelezen. Of gehoord misschien. Alles aan die plant was verkeerd onder de oppervlakte. Dat gevoel had ik in elk geval.

‘Hm,’ zei ik.

‘Sommige dingen zien er beter uit dan ze zijn,’ zei ze zacht. Ik wist niet of ze het over de plant had.

‘Of andersom,’ zei Vicky achter ons. 

Ik draai me half om. Ze stond nog bij de auto, maar haar stem droeg moeiteloos. Haar blik rustte niet op Noor, maar op mij. Alsof ze iets wilde zien. Iets wilde meten.

Sophie lachte kort. Te snel. ‘We zijn hier net Vic.’

‘Ik zeg niks’ zei Vicky. Maar dat deed ze wel.

Even bleef het stil.

Noor liet de bloem los. Ze veegde haar vingers langs haar jurk, alsof er iets onzichtbaars op zat. Toen keek ze weer naar mij. ‘Denk jij dat?' vroeg ze.

Er bewoog iets in mijn borst. Klein, maar scherp.

‘Ik denk…’ begon ik, maar stopte. Maar wat dacht ik eigenlijk? Dat alles wat mooi is gevaarlijk is? Of dat ik dat altijd pas doorheb als het te laat is?

'Ik denk dat sommige dingen het waard zijn,’ zei ik uiteindelijk.

Noor glimlachte. Deze keer iets langer. 'Dat is meestal het begin van het probleem,’ zei ze.

 

Later zaten we op het terras terwijl de zon lager zakte. Rosé in dunne glazen. Het licht werd zachter. Alles leek mooier wanneer de dag zichzelf begon los te laten. 

‘Op oude fouten,’ zei Vicky ineens. 

Sophie lachte. ‘Wat een verschrikkelijke toast.’ 

‘Op nieuwe dan.’ We hieven onze glazen. 

Noor keek naar mij toen haar glas de mijne raakte. Heel even maar. 

Toch voelde het intiemer dan aanraking. 

‘Vertel eens,’ zei Sophie na een tijdje. ‘Waar zijn jullie bang voor?’

‘Wat is dit, therapie?’ zei Vicky.

‘Nee.’ Sophie haalde haar schouders op. ‘Ik wil het gewoon weten.’

Niemand antwoordde meteen. We dachten na.

Toen zei Vicky: ‘Middelmatigheid.’ Natuurlijk. 

Sophie dacht na. ‘Alleen achterblijven.’ Ook natuurlijk. 

Noor draaide haar glas rond. ‘Vastzitten.’ 

Mijn borstkas trok samen. 

Toen keken ze naar mij. Drie blikken. Wachtend. 

Ik wist niet waarom ik eerlijk antwoordde. Misschien door de wijn. Misschien door Noor.

‘Verlies,’ zei ik. 

Sophie fronste. ‘Wat verliezen?’ 

Ik wilde zeggen: ‘alles.’ Ik plaats daarvan zei ik: ‘dat iets moois tijdelijk blijkt.’ 

Niemand sprak. Zelfs Vicky niet. 

Noor keek alleen. Te lang. Alsof ze iets herkende. 

Toen stond ze op en liep naar de oleanders. Ze plukte geen bloem. Raakte er alleen één aan. Zoals eerder vandaag. Voorzichtig. Bijna liefdevol. 

‘Weet je wat vreemd is?’ zei ze zonder om te kijken.

‘Wat?’

‘Dat giftige dingen zich vaak vermommen als verlangen.’ 

Ik voelde kippenvel langs mijn armen trekken ondanks de warmte. 

Ik keek opnieuw naar de tuin. Naar de roze bloemen in de dalende zon. Prachtig. Bijna gewelddadig in hun schoonheid. En ergens, zonder reden die ik kon uitleggen, dacht ik: we zijn hier niet toevallig. Alsof deze plek op ons had gewacht. Alsof iets al besloten was voordat wij arriveerden. Toen bereikte me opnieuw die zoete, zware geur. Blijvend.

Ik wist toen al dat ik iets zou gaan verliezen.

Ik wist alleen nog niet wat…

Reacties

"Heel erg mooi. Mijn interesse is groot. Ben benieuwd naar het boek natuurlijk als het af is. Succes."

"Dit smaakt echt naar meer."

"Ik zat er meteen in. Je schrijfstijl leest heel filmisch."

"Heel sfeervol geschreven."